Columbus Costa RicaCosta Rica werd in de 16e eeuw door de Spanjaarden ‘ontdekt’. Het land waarvan de Spanjaarden dachten dat het rijk was (vandaar: Costa Rica, ‘rijke kust’), ligt tussen de Caribische Zee en de Pacific of Grote Oceaan. In het noorden ligt Nicaragua, ten zuiden van Costa Rica ligt Panama. Ook Cocoseiland behoort tot Costa Rica.

Vanaf de komst van de Spanjaarden tot aan de Onafhankelijkheidsverklaring in 1821 heeft het land deel uitgemaakt van het onafhankelijke Mexicaanse Rijk en de Verenigde Staten van Centraal Amerika. In 1899 vonden de eerste democratische verkiezingen plaats. In 1948 was er een kleine burgeroorlog na een omstreden verkiezingsuitslag. Die oorlog werd gewonnen door de politiek linkse Figueres, die na afloop president werd en het leger afschafte en een nieuwe grondwet opstelde. Sindsdien is het land gevrijwaard gebleven van het geweld dat veel van de buurlanden heeft geteisterd. Het is een van de welvarendste landen van Latijns Amerika geworden.

Dwars door het land loopt van noord naar zuid een bergketen, die deel uitmaakt van de Midden Amerikaanse cordilleras. Het hoogste punt is de Cerro Chirripó (3810 meter). In het land bevinden zich uitgestrekte nationale parken en reservaten (25% van het land is beschermd). Vele daarvan bestaan uit tropisch regenwoud. Daarnaast komen ook andere typen natuur voor in Costa Rica. De provincie Guanacaste was oorspronkelijk begroeid met droogbossen en graslanden, terwijl mangrovenbossen op verschillende plaatsen langs de kust te vinden zijn. In de bergen vindt men het nevelwoud.

De hoofdstad van Costa Rica is San José, gelegen in de Centrale Vallei.